Alles voorbereid, materialen aangeschaft en plan gemaakt? Aan de slag! Maar ook dan moet je met een aantal zaken rekening houden.
Aansluitingen Een binnenwand moet ‘vrij’ kunnen bewegen ten opzichte van de rest van de constructie. Plaats daarom de eerste (onderste) laag blokken in een vloerprofiel of op een strook folie. Houd bij wand- en plafondaansluitingen een voeg van ongeveer 10 millimeter. Later vul je die met een elastisch blijvend vulmiddel.
Verankeringen Je moet binnenwanden altijd verankeren aan de aansluitende wanden en plafonds. Gebruik daarvoor speciale veerankers. Bij een wandaansluiting van normale verdiepingshoogte gebruik je drie van deze ankers op regelmatige afstanden: ruwweg bij elke derde laag blokken. Bij een plafondaansluiting pas je om de 120 cm een plafondveeranker toe, met een minimum van 60 cm aan de uiteinden van de wand. Wanneer je YTONG blokken ‘staand’ aan de wand bevestigt, gebruik je draadeinden.
Verband YTONG blokken lijm je altijd in verband. Zorg ervoor dat de vertanding tussen onder elkaar liggende blokken minimaal zo groot is als de blokdikte.
Op maat YTONG blokken zaag je eenvoudig op maat met een gewone handzaag. Voor een grotere klus kun je beter een speciale cellenbetonzaag kopen.
Hoeken Je kunt een hoek in een wand vertand uitvoeren. Maar dat kan alleen als de wand niet langer is dan 75 cm. Is de wand langer, dan moet je de hoek voorzien van een flexibele verticale voeg over de totale hoogte van de hoek. Breng dan om de drie lagen een veeranker aan en vul de voegen met een elastisch blijvend vulmiddel.
Lange wanden Wanden langer dan 4 meter moet je ‘verdelen’ in afzonderlijke delen die hooguit 4 meter lang zijn. We noemen dat ‘dilateren’. Dat betekent dat je tussen elk deel van een lange wand een voeg van ongeveer 10 millimeter houdt. Zo kan de wand krimpen en uitzetten zonder dat er scheuren in komen. Bij zo’n dilatatie pas je om de drie lagen blokken een dilatatieanker toe.